|
Men kan het niet ontkennen, het leven in de maatschappij wordt drukker en drukker. Langs alle kanten worden nieuwe ondernemingen opgericht, tal van woningen en andere gebouwen worden opgetrokken, de verkeersdrukte neemt maar toe,…. Deze, en nog vele andere factoren, doen de werklast voor de brandweerdienst oplopen. De brandweer breidt uit en het takenpakket wordt steeds maar langer en langer. Om een goede functionaliteit van de dienst te kunnen garanderen, telt Brandweer Lennik een ledenaantal van 65 manschappen en 26 stagiairs. Op 6 man na zijn dit allen vrijwilligers, mensen die hun taken bij de brandweer naast hun gewone “dagjob” doen. Volgens het Organiek Reglement van 31 juli 2000 moet de Lennikse brandweer een personeelsbestand tellen van 13 manschappen in het beroepskader en 90 in het vrijwilligerskader. We zitten dus ver onder ons nodige bestand doch wordt er elk jaar een rekruteringscampagne gevoerd. In het huidige brandweerkader vinden we de volgende functies terug. Vijf Officieren waarvan één Kapitein-bevelhebber, twee Luitenanten, één Onder/Luitenant en één Onder/Luitenant-Arts, deze laatste is niet gelast met operationele brandweertaken. Er zijn vijf Onder/Officieren waarvan twee Eerste Sergeanten en drie Sergeanten. Er zijn zes Korporaals en drieëndertig Brandweermannen en –vrouwen. Als laatste hebben we nog de stagiairs waarvan we momenteel 26 stuks hebben. Voor de Dienst 100 zijn er 13 verpleegkundigen en 53 ambulanciers beschikbaar. De ambulanciers zijn allen gebrevetteerd als Hulpverlener-Ambulancier, van de 13 verpleegkundigen zijn er 10 gespecialiseerd in de spoedgevallenzorg en intensieve verzorging. De zes beroepskrachten bestaan uit de Officier-Dienstchef, een Luitenant, een Onder/Luitenant, twee Onder/Officieren (een Eerste Sergeant en een Sergeant) en de Hoofdverpleegkundige. De brandweerdienst werkt in een hiërarchie met militaire structuur. Het korps werd ingedeeld in vijf pelotons met aan het hoofd van elk peloton een Onder/Officier. Elk peloton telt dan nog eens één of twee Korporaals en enkele brandweermannen. Ook de ambulanciers en verpleegkundigen zijn in de pelotons ingedeeld. Aan het hoofd van de dienst staat de Officier-Dienstchef (Kapitein-bevelhebber), bijgestaan door twee Luitenanten en een Onder/Luitenant. Er is een hele weg af te leggen van “geïnteresseerde” tot volwaardig brandweerman. De vrije plaatsen moeten vooreerst vacant verklaard worden door het gemeentebestuur. Als men voldoet aan alle wettelijke verplichtingen kan men zich inschrijven voor de selectieprocedure. De eerste stap is een bezoek aan de korpsarts om na te gaan of men medische geschikt is om de functie van brandweerman uit te voeren. Nadien volgen de sportproeven en een interview voor een selectiejury. Als een positief resultaat volgt is de eerste trap al voorbij en kan men beginnen aan de tweede, de brandweerschool. De Aspirant-Brandweerman wordt naar het PIVO gestuurd, de brandweerschool voor de provincie Vlaams-Brabant, om er de opleiding van brandweerman aan te vatten. Deze cursus bedraagt 130 uren en alle basisfacetten van het brandweervak komen hierin aan bod; administratie, brandbestrijding, materieelkennis, hulpverlening en eerste hulp. Op het einde van de opleiding moet de Aspirant een schriftelijk, mondeling en praktisch examen afleggen, met gunstig gevolg uiteraard. Na het slagen van de brandweeropleiding wordt de Aspirant Stagiair-Brandweerman en kan de stage aanvangen. Bij brandweer Lennik moeten de stagiairs ook nog een interne opleiding vervullen en krijgen zij een “peter” toegewezen. Na de stageperiode van 2 jaar, wordt de stagiair beoordeeld en indien gunstig wordt deze benoemd tot volwaardig brandweerman. Ook de kandidaat-ambulanciers moeten vrijwel dezelfde weg afleggen. De eerste trap loopt gelijk als die van de kandidaat-brandweerman. Na het slagen van die trap, moet de Aspirant-Ambulancier de cursus Hulpverlener-Ambulancier volgen aan de school voor dringende geneeskundige hulpverlening, ook ondergebracht in het PIVO. Deze opleiding telt zo’n 120 uren en de cursist krijgt hier les over de dringende medische hulpverlening. Op het einde worden schriftelijke, mondelinge en praktische examens georganiseerd. Bij een positief resultaat moet de cursist een stage lopen van 40 uren op een erkende spoedgevallendienst. Voor de provincie Vlaams-Brabant zijn dat die van Gasthuisberg te Leuven en die van het UZ te Jette. Tijdens deze stage, die een week duurt, krijgt de cursist alle knepen van het vak aangeleerd en moeten zij, naast het werk op de spoedgevallendienst, uitrukken met de ziekenwagen en MUG. Ook bij hun eigen Dienst 100 te Lennik krijgen zij een interne opleiding en moeten zij eerst nog een tijdje mee als observator. Deze basisopleidingen zijn verplicht voor iedereen. Alle leden van de dienst worden tijdens hun verdere loopbaan nog naar verschillende vervolmakingscursussen gestuurd zoals “Drager Onafhankelijke Adembescherming”, “Vuur- en Hittegewenning”, “Flashover”, brandopleidingen, “SAVER” als basis en voor gevorderden, “Ruimen en Vellen van bomen”, gevaarlijke stoffen,…. Uiteraard zijn er ook nog opleidingen voorzien om te promoveren zoals Korporaal, Sergeant, Adjudant, Onder/Luitenant,… en specialisaties zoals brandweerduiker, gaspakdrager, hoogtewerker,…
|