• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Brandweer Lennik

Geschiedenis PDF Print E-mail

 

Brandrampen waren vroeger talrijker dan op heden en hadden meestal een catastrofale afloop omdat vele huizen uit hout waren opgetimmerd en met stro bedekt. Soms gebeurde het dat hele dorpen afbrandden omdat de blussers, die men toen “brandmeesters” noemde, over geen brandspuiten beschikten. Het water om de brand te blussen werd met emmers aangedragen en nergens waren er waterreserves aangelegd. Willem I, koning der Nederlanden, vaardigde op 3 januari 1818 het Reglement van Administratie “voor het plat land in de provincie Zuyd-Brabant” uit. Volgens artikel 20 van dit reglement werden de gemeentebesturen gelast de nodige schikkingen te treffen om branden te voorkomen en het blussen ervan op een doelmatige manier uit te voeren.

Tijdens de gemeenteraadszitting van 22 januari 1823 keurde de raad van Sint-Kwintens-Lennik deze brandvoorschriften goed. De inhoud van dit reglement werd door iedereen goedgekeurd. De uitvoering ervan, namelijk de aankoop van een brandspuit en toebehoren, zou echter aanleiding geven tot hoge kosten die, naar hun mening, niet door de bewoners konden gedragen worden. De wethouders beslisten dan ook “hunne toestemming aen ’t zelve reglement niet te geven”. Ongeveer 40 jaar later, tijdens de zitting van 18 juni 1864, kort na de brand die de kerk verwoestte, hebben meerdere raadsleden de wens geuit om twee brandspuiten met toebehoren, voor de gemeente aan te kopen, tegen een prijs van 500 fr,- per stuk. Zowel het centrum als Eizeringen zouden aldus over het gepaste blusmateriaal kunnen beschikken. Gezien de slechte financiële toestand van de gemeentekas, zou voor deze aankoop een toelage aangevraagd worden aan het goevernement. Tijdens de gemeenteraadszitting van 24 september 1864 werd tevens beslist de nodige maatregelen te treffen om een een brandweerkorps op te richten en twee personen aan te duiden “die het gewoon zijn met pompen om te gaan”. De beslissing bleef echter een dode letter…

Op 13 mei 1879 besliste de gemeenteraad om samen met de gemeente Sint-Martens-Lennik een brandpomp aan te kopen. Twee jaar later kwam het brandweermateriaal nogmaals ter sprake. Het voorstel beoogde de aankoop van een brandpomp met toebehoren (prijs thans 1500 fr,-) evenals de bouw van een klein bergingslokaal in de tuin van de gemeenteschool. Nog steeds hoopte men een subsidie van de staat te ontvangen. In een verslag betreffende de werkzaamheden van de gemeente over het jaar 1890 lezen wij dat een brandspuithuis werd opgetrokken, zodat wij kunnen vermoeden dat bijna zeventig jaren nodig waren vooraleer het eerste gepast blusmateriaal werd aangekocht! Een chronologisch verslag:

1882: Tijdens de gemeenteraadszitting van 25 september werd beslist om een waterput te laten bouwen voor de pui van het gemeentehuis, het regenwater opgevangen van het dak van het gemeentehuis zou uitsluitend mogen gebruikt worden voor de brandpompen. Voordien haalde het korps het water aan de “poel” of de vijver op de markt, welke als drinkplaats voor de dieren diende. De geschiedenis van het brandweerkorps van Lennik gaat terug tot 1890, in dat jaar werd namelijk een “vrijwillig pompierenkorps” gesticht.

1890: De eerste bevelhebber van het brandweerkorps van Lennik was 1ste Kapitein Jules Servranckx. Er werden 25 “shakos” aangekocht en verdeeld onder de leden. Een shako is een soldatenhoofddeksel in de vorm van een afgeknotte kegel.

1891: Vanaf mei 1891 betaalde elk lid een maandelijkse bijdrage van 0,10 fr,- , een afwezigheid op oefening of vergadering werd beboet met 0,05fr,-. De gemeente kende vanaf 1891 een jaarlijkse bijdrage van 30 fr,- toe, vanaf 1897 tot 1908 bedroeg deze bijlage 75 fr,-. Er werd een kasboek bijgehouden door Johannes De Becker. Uit dit boek kunnen we opmaken dat, na tussenkomsten bij brandongevallen, het pompierenkorps rechtstreeks vergoedingen ontving vanwege de verzekeringsmaatschappijen. Rond de eeuwwisseling beperkte de activiteit van de dienst niet enkel tot het blussen van branden, er werd ook toneel gespeeld en allerlei teerfeesten werden georganiseerd zoals het jaarlijkse Sint-Ceciliafeest, nu het Sint-Barbarafeest.

1893: Arthur Claes wordt tot bevelhebber benoemd.

1894: Te Sint-Martens-Lennik wordt ook een korps gesticht, meerbepaald op 6 mei. De inwoners en het gemeentebestuur van Sint-Martens-Lennik vonden het een noodzaak om ook te kunnen beschikken over een brandbestrijdingsdienst, zeker na de grote brand van 1888 waarbij een groot aantal huizen van het dorp vernield werden. Het korps had een handbrandpomp ter beschikking welke door mankracht moest aangedreven worden.

1894: Kepies werden aangekocht, alsmede 12 bijltjes. Enkele jaren later werden ook nog kapstokken aangekocht om de “darmen” te drogen. Ook een mand voor de pomp die als filter moest dienen aangezien het opgepompte water niet altijd zuiver was. Bij gebrek aan water werd soms wel eens de aalput aangesproken… Gedurende vele jaren bleef het materiaalpark van de dienst ongewijzigd. Er moest dan ook dikwijls beroep gedaan worden op het korps van Anderlecht welke over moderne stoom- en autopompen beschikte.

1911: Paul Velge werd bevelhebber met de titel van “Major”.

1924: Er werd een pomp aangekocht voor het korps van Eizeringen. Hiervoor werd een lening aangegaan van 6000 fr,-. Het korps van Lennik kreeg enkele jaren later 65 meter darmen, 6 metalen helmen en een gordel met bijl en zaag.

1932: Op de gemeenteraad van 23 mei werd een nieuw reglement goedgekeurd, waardoor het korps de naam kreeg van “Vrijwillige Brandweer van Sint-Quintens-Lennik-Centrum. Er waren 27 vrijwilligers: een Kapitein-bevelhebber, twee Luitenanten, een penningmeester, twee Sergeanten, vier klaroenblazers waaronder een Korporaal en zeventien manschappen. Vier klaroenen werden aangekocht. De klaroenblazers hadden als taak “verzamelen” te blazen en de bevelen van de verantwoordelijke commandant door te seinen. Bij brandalarm luidde de koster eveneens de “stormklok”.

1935: Het KB van 15 maart deed de brandbestrijding over het ganse land serieus reorganiseren. Zo kon Lennik, als erkend gewestelijk korps aanspraak maken op een staatstoelage voor de aankoop van materieel. Kort daarop ontving Lennik een draagbare motorpomp op aanhangwagen, doch duurde het nog tot 1946 alvorens een vrachtwagen werd aangekocht om ze te trekken… Toenmalige bevelhebber Gaston Penninckx bezocht in dat jaar de burgemeester en schepenen van omliggende gemeenten, om de aansluiting tot het gewestelijk korps van Lennik te verzoeken. Nog in 1935 werd de brandweersirene op het dak van het gemeentehuis geplaatst.

1939: Er werd een nieuw reglement goedgekeurd op 24 november. Het korps telde 27 leden en kon nu ook opgeroepen worden voor het handhaven van de orde en de openbare rust. Als bevelhebbers werden Gaston Penninckx voor Lennik-Centrum en Jozef Timmermans voor Eizeringen aangewezen.

1941: De brandweer werd ingeschakeld in de “Passieve Luchtbescherming” die bestond uit leden van de brandweer, van het Rode Kruis en van de Civiele Bescherming. Het ledenaantal bedroeg maximaal 80 manschappen en stond onder het bevel van Gaston Penninckx. In hetzelfde jaar werd het “Vrijwillige Brandweerkorps” ontbonden.

1949: Een belangrijk jaar voor de brandweer! Er werd een auto aangekocht voor 30.000 fr,- en er kwam een voorstel om een “brandweerstation” te bouwen in de Kroonstraat.

1954: De noodzaak voor de aankoop van een autopomp bestond en er werd een bedrag vrijgemaakt van 600.000 fr,-. In afwachting van de levering leende het korps een Bedford-brandweerwagen van de Civiele Bescherming.

1955: De Lennikse brandweer kreeg haar eerste echte wagen! Een Ford F-600 “Big Job”. Een zware autopomp gebouwd door Wasterlain op een Amerikaans chassis, die beschikt over hoge en lage druk, een watertank van 2000 liter, een houten schuifladder van 9,6 meter en een haakladder. De gemeente Sint-Martens-Lennik sluit zich aan bij de gewestelijke brandweerdienst van Sint-Kwintens-Lennik. De brandspuit die toen in dienst was, werd, na de terugtocht van het Duitse leger, bemachtigd op de Nebenstelle van de Ortskommandatur in het kasteel op de grens met Schepdaal. De pomp bleef in dienst tot 1955.

1956: Het arsenaal aan de Kroonstraat was inmiddels te klein geworden en er werd een nieuw gebouwd achter het gemeentehuis.

1958: Een uitgebreid waterleidingsnet was nog niet actief en daarom werd er een tankwagen aangekocht om de autopomp te voorzien van water. Het werd een Bedford met een capaciteit van 4000 liter en een pomp voor lage druk. De tankwagen was nog maar pas in dienst of hij diende uit te rukken voor een brand op Stuivenberg.

1960: Jan Van Cauwelaert werd als bevelhebber opvolger van Gaston Penninckx verkozen.

1960 – 1970: Het wagenpark werd nog verder uitgebreid met een Dodge-ziekenwagen die werd overgenomen van het leger, een omgebouwde Dodge-ziekenwagen uit de oorlog ’40-’45 trok de nieuwe motorpomp op aanhangwagen, een vrachtwagen van de gemeente, een ladderwagen. Met de Dienst 900 kwamen daar nog eens twee ziekenwagens bij.

1971: Het KB van 8 november 1967 voert nogmaals een noodzakelijke reorganisatie van de brandbestrijding door. Elk gewestelijk korps moest in staat zijn om gelijktijdig twee branden te kunnen bestrijden. Daarom ontving Lennik een nieuwe Bedford brandweerwagen, gebouwd door Somati-Bachert. Destijds mocht deze wagen als modernste brandweerwagen van Europa beschouwd worden. Intussen waren 16 gemeenten aangesloten met een bevolking van 30.000 inwoners over een gebied van 11.000 ha. Wegens de snelle uitbreiding van de dienst moest er opnieuw worden uitgekeken naar een groter arsenaal. De gemeente kocht de bouwvallig geworden feestzaal “Brabant Boven” in de Kroonstraat.

1975: Het korps ontving een Dodge personeels-materiaalwagen, gebouwd door Rosenbauer. Bij Distrigaz werd een tweedehandse autoladder aangekocht.

1977: Ten gevolge van het tragische ongeval te Eizeringen, overleed commandant Jan Van Cauwelaert. Hij werd tijdelijk opgevolgd door zijn zoon Julien. Nog in 1977…de eerste beroepsbrandweerman is een feit! Korporaal Remi Ringoet staat in voor het technisch onderhoud van het materieel.

1978: Ivan Leheuwe werd benoemd tot bevelhebber op 28 april.

1979: Een tweedehands Landrover 109 werd omgebouwd om de motorpomp op aanhangwagen te trekken. Tevens werd er ook nog een vrachtwagen Ford Costum Cab aangekocht, deze twee voertuigen werden door het korps zelf betaald, deels door bijdragen van de leden, deels door de opbrengst van het Brabants Kampioenschap Wielrennen voor Brandweerlieden.

1980: Eind dit jaar werd de zware autopomp Mercedes, gebouwd door Somati, geleverd ter vervanging van de Ford “Big Job”. Brandgevallen zijn de laatste jaren aanzienlijk gedaald, het aantal zware verkeersongevallen neemt echter toe.

1981: Op 1 juli 1981 bestond het korps uit 45 leden: een bevelhebber, een Luitenant, een Adjudant, een Sergeant-Majoor, twee Eerste Sergeanten, twee Sergeanten, vier Korporaals waarvan één ambulancier, twintig manschappen waarvan drie ambulanciers, twee ambulanciersters en negen stagiairs. Het wagenpark omvatte een zware en twee halfzware autopompen, een tankwagen, twee materieelwagens, een Landrover en twee ziekenwagens. De brandweerdienst had toen haar intrek genomen in de gemeentelijke werkplaats, gelegen in de Kroonstraat.

1982: Ingebruikname van een nieuwe tankwagen, een Renault met een watertank van 8000 l.

1983: Levering van een nieuwe autoladder, een Renault-Riffaud met 30 meter ladderlengte.

1985: Aanvang van de bouw van een nieuw arsenaal in de Karel Keymolenstraat en levering van een snelle interventiewagen.

1987: Ingebruikname van een nieuwe halfzware autopomp. De intrek wordt genomen in de nieuwe brandweerkazerne en daar krijgt de dienst ook een huisbewaarder bij, zijnde de familie Vanbellinghen. In mei ’87 neemt Adjudant René Leuckx het bevel over, nadien wordt hij Onderluitenant.

1993: De familie Notaerts neemt de functie van huisbewaarder over en dit tot de zomer van 2007, dan wordt de functie geschrapt. Op weg naar een dringende interventie raakt de zware materieelwagen M175 betrokken in een zwaar ongeval.

1995: Ingebruikname nieuwe zware materieelwagen MAN

1996: Olt. Leuckx geeft het bevel over aan Olt. Lieven Borremans.

1999: Levering van een nieuwe ministeriële ziekenwagen A199. In september ’99 dient Olt. Borremans zijn ontslag in, hij wordt in oktober opgevolgd door Olt. Koen Roesems, welke enkele maanden later tot Luitenant wordt bevorderd.

2000: Korporaal Remi Ringoet gaat per 1 januari in Verlof Voorafgaand op Pensioen. Enkele maanden later, op 15 mei, wordt hij opgevolgd door Korporaal Kris Hemmeryckx.

2001: Aankomst van een nieuwe tankwagen, een MAN op 4x4 chassis met een tankinhoud van 8000l.

2002: Levering van een lichte autopomp Mercedes. Per 1 januari is er een beroepsdienstchef, Olt. Koen Roesems. Hij promoveert in april 2003 tot Kapitein – bevelhebber. In oktober raakt de ziekenwagen A199 betrokken in een verkeersongeval, terwijl deze op weg was naar een dringende opdracht.

2007: Brandweer Lennik krijgt de toelating om een voorpost op te richten in Tollembeek.

2008: Levering van verschillende voertuigen zoals een nieuwe ladderwagen, een commandowagen en karweiwagen.