• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Brandweer Lennik

Bijen, Wespen en Hommels PDF Print E-mail

 

Wespenverdelging

In en rond de woning verdelgt de brandweer wespennesten die een gevaar vormen voor de bewoners. Bijen en hommels zijn echter beschermde insecten. Zij mogen dus niet verdelgd worden. In geval van problemen zal de brandweer u doorverwijzen naar een imker (voor bijen), die deze nesten meestal kan verwijderen zonder de diertjes te moeten doden.

 

Hoe bijen, wespen, zweefvliegen en hommels onderscheiden?

Zweefvliegen en wespen worden inderdaad vaak met elkaar verward. Nochtans zijn ze, aan de hand van een aantal eenvoudige kenmerken, makkelijk van elkaar te onderscheiden. De naam zweefvliegen verwijst naar de manier waarop ze zich in de lucht verplaatsen. Ze vliegen met korte stukjes om dan plots te stoppen en ter plaatse te zweven. Een ander belangrijk kenmerk zijn de vleugels. Zweefvliegen hebben maar één paar vleugels terwijl bijen en wespen er twee paar hebben. Let wel: zweefvliegen zijn totaal ongevaarlijk voor de mens!

 

Sociale systemen

Algemeen kunnen we stellen dat alle kolonies van sociale Hymenoptera (= de orde van vliesvleugelige zoals wespen, mieren en bijen) volgende kenmerken gemeen hebben: 1. de leden van de kolonie(of staat) werken samen bij de verzorging van de jongen. 2. de generaties overlappen elkaar, zodat de opgroeiende generaties de oudere helpen bij het werk in de kolonie (o.a. het verzorgen van de larve) 3. In de kolonie is er op zijn minst steeds één individu dat de eitjes legt, namelijk de koningin. De koninginnen van de sociale Hymenoptera hebben invloed op het gedrag en de ontwikkeling van de werksters. Door afscheiding van bepaalde feromonen (geurstoffen) zorgen ze ervoor dat de werksters zich niet kunnen voortplanten. De mannetjes van sociale Hymenoptera vinden we enkel terug in dat seizoen wanneer de koninginnen uitvliegen. Eens de nieuwe kolonies gevestigd zijn, zijn de mannetjes overbodig en worden ze genadeloos uit het nest geworpen en vermoord. De koloniegrootte van sociale Hymenoptera kan sterk verschillen tussen soorten. Soms bestaat een kolonie uit maximaal een paar dozijn volwassen dieren. Van deze kleine kolonies overleven alleen de koninginnen, die de winter slapend doorbrengen. In het voorjaar stichten deze dan een nieuwe kolonie. Andere sociaallevende insecten leven echter in grote kolonies het hele jaar door. Tussen deze twee bestaan allerlei overgangsvormen.

 

Steken

Van wespen is bekend dat ze meermaals kunnen steken (20x, gifklier is dan leeggemolken). Bijen kunnen slechts éénmaal steken. Tijdens het steken wordt het achterlijf naar beneden gebogen. Daardoor schiet de angel uit de angelkamer, boort zich met een ruk in de tegenstander en wordt door de weerhaakjes verankerd. Als de werkster in deze situatie opvliegt, scheuren de gifblaas en gifklieren. De bij sterft dan later aan haar verwondingen. Bij het loslaten van de angel vormen de bijen echter een alarmgeurstof. Dit trekt andere bijen aan en zet ze tevens aan om ook aan te vallen. Heel wat mensen maakten hiermee kennis toen ze menigmaal werden gestoken nadat één bij was begonnen. Wanneer u door een bij wordt gestoken is het dan ook aan te raden zo snel mogelijk uit de buurt te gaan om zo de ‘wraak’ van de zusterbijen te vermijden.

 

Aard van de steekactie

In tegenstelling tot bijen en hommels steken wespen spontaan, zonder gekneld of bedreigd te zijn. Ook doordat ze hun nesten vaak rond of in huizen bouwen en door allerlei voedingswaren aangetrokken worden, komen de wespengifanafylaxieën (= overgevoeligheid voor / overreactie tegen wespengif) heel wat frequenter voor dan ongelukken door bijensteken. In ons land worden de meesten wespensteken door de ‘Gewone wesp’ en de ‘Duitse wesp’ gegeven en slechts een zeldzame keer door de ‘Hoornaar’ of door de ‘Veldwesp’. De ‘Hoornaar’, in de volksmond ‘paardenwesp’ is duidelijk groter (tot 3.5cm) dan de klassieke wesp en heeft een langere angel (tot 3,7 mm), wat de steek uiterst pijnlijk maakt. Hun gif gelijkt sterk op dat van de ‘Gewone wesp’ of ‘Duitse wesp’. In streken met een warm klimaat (het Middellandse-Zeegebied) zijn ‘Veldwespen’ veel vaker dan bij ons de oorzaak van overgevoeligheidsreacties.

 

Seizoen

In ons land zijn wespensteken in de lente zeldzaam, omdat de overwinterde bevruchte koninginnen pas dan aan hun nestopbouw beginnen. De bijenkolonies daarentegen leven het ganse jaar en reeds vanaf 12 – 15°C buitentemperatuur kunnen de werksters het nest verlaten. Steken in het voorjaar zijn dus praktisch steeds van bijen en slechts zeldzame keer van een wespenkoningin. Bijensteken komen vooral in de omgeving van bijenkorven voor. De risicogroep van bijensteken is veel kleiner dan die voor de wespen en omvat hoofdzakelijk imkers, hun familieleden en buren. Hommels steken in de natuur uiterst zelden. Onderzoekgegevens omtrent de overgevoeligheidsreactie op hommelgif zijn er zo goed als niet. In ons land komen dergelijke anafylaxieën wel voor, doch uitsluitend bij mensen die beroepshalve dagelijks met hommels in contact komen. De wespen worden bijzonder agressief rond de periode van het nestverval. De meeste steken worden dan ook eind augustus en nog meer in september gesignaleerd.

 

Aan – of afwezigheid van een angel

Een angel op de plaats van een steek is zowat altijd de handtekening van een bij. Hommels en wespen verliezen dit instrument alleen wanneer de steek in een dikke huid, zoals handpalmen en voetzolen, wordt gegeven. Bijen kunnen hun zeer getande angel zelden terugtrekken, tenzij de steek erg oppervlakkig was. De angel van bij of wesp is ongeveer 2,5mm lang, zodat het gif nooit dieper dan intradermaal (=in de bovenste laag van de huid) gespoten kan worden.

 

Nesten

Bijen, wespen en mieren genieten enorm veel bekendheid om hun fraaie woningen. De gewone wesp bouwt zijn nest van papier. Deze zijn bolvormig en meestal opgehangen op een donkere, verborgen plek. De nieuwe koningin begint na de winter met het stichten van een kolonie. Als bouwmateriaal gebruikt ze vezels van sterk verrot, broos hout, waaruit ze met toevoeging van speeksel een soort papier maakt. Het nest krijgt hierdoor een lichtdonker streeppatroon afhankelijk van de houtsoort waarmee het papier gemaakt is. De koningin bouwt enkele broedcellen en legt in elk hiervan een ei. Daarna dekt ze de cellen af. Na het uitkomen van de eieren voedt ze de larven met stukjes van gevangen insecten. Na enige weken verpoppen de larven en komen de eerste werksters uit. Deze nemen al de taken, behalve het eileggen, van de koningin over. Het nest wordt steeds naar buiten uitgebreid naargelang de kolonie groeit.

 

Ecologie

We vinden bijen, wespen en mieren op de meest uiteenlopende plaatsen. De meest geschikte nestplaatsen zijn echter warme en droge, weinig begroeide terreinen. Slechts weinig soorten vinden we in vochtige gebieden of donkere bossen. Veel soorten bijen en wespen zijn afhankelijk van bloeiende planten, omdat ze zichzelf en hun jongen voeden met nectar of pollen. Andere soorten afhankelijk van bepaalde prooidieren. Ideale nestgebieden verschillen dus van soort tot soort. In aanmerking komen niet alleen natuurlijke maar ook uitgesproken ‘natuurvreemde’ gebieden. Braakliggende terreinen, open zandplekken, door bodemerosie verstoorde plekken, paadjes of steile wanden van zand en steengroeven behoren tot de belangrijkste en meest bewoonde nestplaatsen van in de grond nestelende bijen, wespen en mieren. Voor de niet gravende soorten zijn beschutte, hoge plaatsen zoals bomen en overhangende rotsen maar ook dakgoten, bruggen, balkons, enz. ideale nestophangplaatsen.

 

Determinatie van sociale bijen,wespen en hommels

De brandweer wordt maar met een beperkt aantal bijen en wespen geconfronteerd. Het betreft hier enkel de soorten die een sociale levenswijze onderhouden en we dus als kolonies tegenkomen. Voor bijen is, namelijk de honingbij en zandbijen. Bij wespen vinden we acht sociale soorten. En de familie van de hommels sluit het rijtje. Hommels zijn groot, mollig, rondom behaard, met geel-oranje, zwart en soms witte banden. Bijen zijn ongeveer 1,5cm lang, bruinzwart, met een al dan niet gekleurd haardotje op of achter de kop. Wespen zijn altijd geel-zwart (Gewone wesp, Duitse wesp) of geel-bruin (Hoornaar) en vertonen de kenmerkende ‘wespentaille’.

 

 

Kenmerk

 

Bij

 

Wesp

 

Hommel

 

Harig lichaam

 

+

 

-

 

++

 

Kleur

 

bruin, zwart

 

geel, zwart

 

zwart-oranje-wit

 

Spontane steek

 

-

 

+

 

-

 

Seizoen

 

lente, zomer

 

zomer, herfst

 

lente, zomer

 

Angelverlies

 

+

 

-

 

-

 

Omgeving

 

bijenkorven, bloemen, klaverveld

 

wespennesten, fruitbomen, etenswaren, vuilnisbakken, kreupelhout

 

bloemen